Werkwijze


Afwegingen maken

Elke regio onderzoekt hoeveel hij kan bijdragen aan grootschalige duurzame energie op land. En met welke warmtebronnen wijken en gebouwen het beste duurzaam verwarmd kunnen worden. Dat vraagt om het maken van afwegingen. Hoeveel duurzame energie kan opgewekt worden? Welke warmtebronnen zijn beschikbaar? Is het energienet er klaar voor en is het haalbaar en betaalbaar? Passen de windmolens, zonnepanelen, elektriciteitsmasten, kabels en leidingen in de ruimte? Is er bestuurlijk draagvlak na het zorgvuldig afwegen van alle belangen? Het gaat niet alleen om afwegingen in een regio zelf, maar ook tussen regio's en tussen rijk en regio's. Want in ons land is de ruimte beperkt en er zijn meer belangrijke opgaven, zoals woningbouw, waterbeheer en natuurontwikkeling.

Samenwerking in RES-regio’s

In een RES-regio staan gemeenten, provincies, waterschap(pen) samen met regionale maatschappelijke partners en het bedrijfsleven aan de lat om een RES op te stellen en uit te voeren. Dit vraagt om een samenwerking tussen de overheden vanuit gelijkwaardigheid. Wanneer de regio daar behoefte aan heeft kan ook de rijksoverheid aanschuiven. Daar waar de rijksoverheid gronden en gebouwen beheert of waar zij vanuit beleid een toegevoegde waarde kan spelen, is zij één van de regionale stakeholders.

De keuzes die in de RES gemaakt worden, hebben in een latere fase een grote impact op de directe leefomgeving. Daarom is brede maatschappelijke samenwerking met Inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en marktpartijen in de regio noodzakelijk om tot een goede RES te komen

Wie besluit waarover

De RES 1.0 wordt geaccordeerd door Gedeputeerde Staten, de colleges van B&W van de gemeenten en de Waterschapsbesturen. Het wordt formeel vastgesteld door gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen. De RES 1.0 wordt op 1 juli 2021 door de bestuurlijk trekker van de RES-regio aangeboden aan NP RES. Vanuit de wetenschap dat RES 1.0 geen eindpunt is, maar een belangrijke bestuurlijke mijlpaal in een langjarig proces richting 2030. Doel is het tempo te behouden dat nodig is voor 2030 voor zowel netbeheerders als initiatiefnemers van projecten én de mogelijkheid te bieden voor iets meer ruimte voor het staartje van zorgvuldige belangenafweging en participatie. Het Nationaal Programma is graag bereid mee te denken hoe de datum van 1 juli werkbaar te maken voor de eigen regio.

Kansen en knelpunten

RES-regio’s hebben in de concept-RES’en aangegeven tegen welke knelpunten ze aanlopen bij het ontwikkelen en uitvoeren van een RES. Dat deden ook de netbeheerders en maatschappelijke organisaties. In 4 onafhankelijke werkgroepen is daarom van november tot januari gezocht naar oplossingen binnen en buiten bestaande kaders voor de onderwerpen Netimpact; SDE en maatschappelijke kosten; Energie in natuur en landschap; en Zon op daken.

Wat als het niet lukt

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de 30 regio’s samen in 2030 ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land opwekken. Lukt dat niet? Dan wordt in overleg met en vooral tussen de regio’s gekeken hoe het doel wél kan worden gerealiseerd en wat daarvoor nodig is.

Er zijn situaties denkbaar waarin alleen samenwerking niet of onvoldoende werkt. Daarvoor is een interventieproces uitgewerkt. Meer info staat in de factsheet ‘Wat als’ situaties.

Samenwerken met de markt

Een effectieve samenwerking tussen markt en overheid is essentieel om de regionale plannen te realiseren. Deze samenwerking kan verschillende vormen aannemen. Van informatie uitwisselen tot samenwerking bij een duurzaam initiatief. Twee elementen zijn hierbij van belang:

1) De rol die de overheid inneemt in het opstellen van de RES en de uitvoering ervan,

2) De fase waarin het proces zich bevindt. Meer info staat in de factsheet Samenwerking markt & overheid in de RES.

Monitoring

Op landelijk, provinciaal en lokaal niveau zijn al veel monitoring initiatieven en producten. NPRES verkent momenteel - in directe interactie met de RES-regio's - de behoefte aan monitoring data en instrumenten van de RES-regio's. Inzet is om optimaal aan te sluiten en hergebruik te maken van wat er al is en om zoveel mogelijk dezelfde brondata, definities, peildata te gaan hanteren. Belangrijke landelijke monitors zijn al: RWS-klimaatmonitor, EZK-monitor klimaatbeleid, RVO-monitor Wind en Zon op Land, enz. 

Rol PBL

Het ministerie van EZK heeft namens EZK, BZK, VNG, IPO en Unie van Waterschappen in februari 2019 aan Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als onafhankelijke partij gevraagd om de RES’en periodiek te evalueren. Hiervoor ontwikkelde PBL een Monitor voor de concept-RES. Hetzelfde gebeurt straks voor de RES 1.0. Het doel van de Monitor is om adviezen en oplossingsrichtingen mee te geven aan de regio’s voor elke volgende stap in het RES-proces. Het Nationaal Programma geeft zelf ook regematig een stand van zaken van de RES'en in zogenaamde 'foto's'.


Dit is een uitgave van

image

Het Nationaal Programma RES


Het Nationaal Programma RES ondersteunt de regio’s bij het maken van de RES’en door kennis te ontwikkelen en delen, procesondersteuning te bieden en een lerende community te faciliteren. Binnen het Nationaal Programma werken Unie van Waterschappen, IPO, VNG en het Rijk samen.